ISO 2768-calculator
Vul een nominale maat in en de klasse uit je titelblok. Je ziet de toegestane afwijking voor lengtematen, radii en afschuiningen, hoeken en, met een vormklasse erbij, de vorm- en plaatstoleranties uit ISO 2768-2.
ISO 2768 begint bij 0,5 mm. Daaronder moet de tekening zelf een tolerantie geven.
- Lengtemaat
- ± 0,3 mm (49,7 … 50,3 mm)
- Radius / afschuiningshoogte
- ± 1 mm
- Hoek (maat = kortste been)
- ± 0°30′
- Rechtheid en vlakheid
- 0,2 mm
- Haaksheid (maat = kortste zijde)
- 0,4 mm
- Symmetrie
- 0,6 mm
- Radiale en axiale slag
- 0,2 mm
Bij hoeken rekent de norm met de lengte van het kortste been, bij haaksheid met de kortste zijde. Hier wordt voor allebei de ingevulde maat gebruikt.
ISO 2768-tabellen
Alle waarden in mm tenzij anders vermeld. Bereikgrenzen zijn inclusief: "boven 3 tot 6" telt 6 mee.
| Nominale maat (mm) | f (fijn) | m (middel) | c (grof) | v (zeer grof) |
|---|---|---|---|---|
| 0,5 – 3 | ± 0,05 | ± 0,1 | ± 0,2 | – |
| boven 3 – 6 | ± 0,05 | ± 0,1 | ± 0,3 | ± 0,5 |
| boven 6 – 30 | ± 0,1 | ± 0,2 | ± 0,5 | ± 1 |
| boven 30 – 120 | ± 0,15 | ± 0,3 | ± 0,8 | ± 1,5 |
| boven 120 – 400 | ± 0,2 | ± 0,5 | ± 1,2 | ± 2,5 |
| boven 400 – 1.000 | ± 0,3 | ± 0,8 | ± 2 | ± 4 |
| boven 1.000 – 2.000 | ± 0,5 | ± 1,2 | ± 3 | ± 6 |
| boven 2.000 – 4.000 | – | ± 2 | ± 4 | ± 8 |
| Nominale maat (mm) | f en m | c en v |
|---|---|---|
| 0,5 – 3 | ± 0,2 | ± 0,4 |
| boven 3 – 6 | ± 0,5 | ± 1 |
| > 6 | ± 1 | ± 2 |
| Kortste been (mm) | f en m | c (grof) | v (zeer grof) |
|---|---|---|---|
| ≤ 10 | ± 1° | ± 1°30′ | ± 3° |
| boven 10 – 50 | ± 0°30′ | ± 1° | ± 2° |
| boven 50 – 120 | ± 0°20′ | ± 0°30′ | ± 1° |
| boven 120 – 400 | ± 0°10′ | ± 0°15′ | ± 0°30′ |
| > 400 | ± 0°5′ | ± 0°10′ | ± 0°20′ |
| Nominale maat (mm) | H | K | L |
|---|---|---|---|
| ≤ 10 | 0,02 | 0,05 | 0,1 |
| boven 10 – 30 | 0,05 | 0,1 | 0,2 |
| boven 30 – 100 | 0,1 | 0,2 | 0,4 |
| boven 100 – 300 | 0,2 | 0,4 | 0,8 |
| boven 300 – 1.000 | 0,3 | 0,6 | 1,2 |
| boven 1.000 – 3.000 | 0,4 | 0,8 | 1,6 |
| Kortste zijde (mm) | H | K | L |
|---|---|---|---|
| ≤ 100 | 0,2 | 0,4 | 0,6 |
| boven 100 – 300 | 0,3 | 0,6 | 1 |
| boven 300 – 1.000 | 0,4 | 0,8 | 1,5 |
| boven 1.000 – 3.000 | 0,5 | 1 | 2 |
| Nominale maat (mm) | H | K | L |
|---|---|---|---|
| ≤ 100 | 0,5 | 0,6 | 0,6 |
| boven 100 – 300 | 0,5 | 0,6 | 1 |
| boven 300 – 1.000 | 0,5 | 0,8 | 1,5 |
| boven 1.000 – 3.000 | 0,5 | 1 | 2 |
| H | K | L |
|---|---|---|
| 0,1 | 0,2 | 0,5 |
Bron: ISO 2768-1:1989 en ISO 2768-2:1989. Check bij kritische delen welke uitgave op je tekening staat.
Waarom algemene toleranties bestaan
Zonder algemene tolerantie zou je elke maat apart moeten toleranteren — onwerkbaar. ISO 2768 lost dat op: één klasse fixeert de toegestane afwijkingen voor álle vrije maten, afhankelijk van de maatgrootte. Alleen functioneel kritische maten krijgen daarnaast een eigen, krappere tolerantie.
ISO 2768-1 vs -2
Deel 1 (f/m/c/v) gaat over lineaire en hoekmaten. Deel 2 (H/K/L) over vorm- en plaatstoleranties zoals vlakheid en haaksheid. ISO 2768-mK combineert beide: m voor de maatklasse, K voor de vorm-/plaatsklasse.
Maatklassen f/m/c/v
f (fine) voor precisiewerk en fijnmechanica. m (medium) verreweg het meest gebruikt voor algemeen draaiwerk. c (coarse) voor minder kritische onderdelen. v (very coarse) voor ruwe delen. Voorbeeld 30–120 mm: f ±0,15 mm, m ±0,3 mm, c ±0,8 mm.
Vorm-/plaatsklassen H/K/L
H is de fijnste, K middel (zeer gangbaar), L de grofste klasse voor vlakheid, rechtheid en haaksheid.
En die -E dan? (envelope/Taylor)
Een achtervoegsel -E of het omhullende symbool betekent dat de Taylor-voorwaarde geldt: maat en vorm worden samen begrensd binnen de omhullende van de maximummateriaalmaat. Strenger, belangrijk voor passingen, en het kan bewerking en meten duurder maken.
Wat dit met je prijs doet
Krappere toleranties kosten geld: scherper gereedschap, langzamere bewerking, vaker meten en soms extra bewerkingsgangen. De kunst is om alleen daar nauw te toleranteren waar de functie het vraagt, en de rest op de algemene klasse te laten.
Veelgestelde vragen
- Wat betekent ISO 2768-mK?
- Medium maatklasse (m) gecombineerd met middel vorm-/plaatsklasse (K) — een gangbare keuze voor algemeen draaiwerk.
- Welke klasse moet ik kiezen?
- Voor algemeen draaiwerk volstaat -m of -mK. Kies -f alleen waar functioneel nodig — fijner toleranteren maakt de bewerking duurder zonder dat het iets toevoegt.
- Welke tolerantie geldt op 50 mm bij ISO 2768-m?
- ±0,3 mm. 50 mm valt in het bereik boven 30 tot 120 mm, waar klasse m ±0,3 mm toestaat. Alles tussen 49,7 en 50,3 mm is dus goed.
- Geldt ISO 2768 ook voor hoeken en afschuiningen?
- Ja. ISO 2768-1 heeft aparte tabellen voor hoeken (op basis van het kortste been) en voor buitenradii en afschuiningshoogten. Vorm- en plaatstoleranties zoals vlakheid en haaksheid staan in ISO 2768-2 (klassen H, K, L).