Waarom algemene toleranties bestaan
Zonder algemene tolerantie zou je elke maat apart moeten toleranteren — onwerkbaar. ISO 2768 lost dat op: één klasse fixeert de toegestane afwijkingen voor álle vrije maten, afhankelijk van de maatgrootte. Alleen functioneel kritische maten krijgen daarnaast een eigen, krappere tolerantie.
ISO 2768-1 vs -2
Deel 1 (f/m/c/v) gaat over lineaire en hoekmaten. Deel 2 (H/K/L) over vorm- en plaatstoleranties zoals vlakheid en haaksheid. ISO 2768-mK combineert beide: m voor de maatklasse, K voor de vorm-/plaatsklasse.
Maatklassen f/m/c/v
f (fine) voor precisiewerk en fijnmechanica. m (medium) verreweg het meest gebruikt voor algemeen draaiwerk. c (coarse) voor minder kritische onderdelen. v (very coarse) voor ruwe delen. Voorbeeld 30–120 mm: f ±0,15 mm, m ±0,3 mm, c ±0,8 mm.
Vorm-/plaatsklassen H/K/L
H is de fijnste, K middel (zeer gangbaar), L de grofste klasse voor vlakheid, rechtheid en haaksheid.
En die -E dan? (envelope/Taylor)
Een achtervoegsel -E of het omhullende symbool betekent dat de Taylor-voorwaarde geldt: maat en vorm worden samen begrensd binnen de omhullende van de maximummateriaalmaat. Strenger, belangrijk voor passingen, en het kan bewerking en meten duurder maken.
Wat dit met je prijs doet
Krappere toleranties kosten geld: scherper gereedschap, langzamere bewerking, vaker meten en soms extra bewerkingsgangen. De kunst is om alleen daar nauw te toleranteren waar de functie het vraagt, en de rest op de algemene klasse te laten.
Veelgestelde vragen
- Wat betekent ISO 2768-mK?
- Medium maatklasse (m) gecombineerd met middel vorm-/plaatsklasse (K) — een gangbare keuze voor algemeen draaiwerk.
- Welke klasse moet ik kiezen?
- Voor algemeen draaiwerk volstaat -m of -mK. Kies -f alleen waar functioneel nodig — fijner toleranteren maakt de bewerking duurder zonder dat het iets toevoegt.